Keurmerken: ze moeten het mensen makkelijk maken, immers, een keurmerk laat afnemers van een product of dienst zien dat het product of de dienst aan bepaalde objectieve kwaliteitsmaatstaven voldoet. Voor de toegankelijkheid van gebouwen bestaat sinds jaar en dag ook een keurmerk: het ITS (Internationaal Toegankelijkheidssymbool).

Het ITS kan door gebouweigenaren worden aangevraagd en worden toegekend als het gebouw aan een aantal toegankelijkheidscriteria voldoet, ontleend aan de Nederlandse standaardreferentie voor toegankelijkheid van de gebouwde omgeving, het Handboek voor Toegankelijkheid. De keuring en toekenning wordt - onder auspiciën van Ieder(in) - voorheen Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad – verzorgd door het Projectbureau Toegankelijkheid (PBTconsult). Het ITS voorziet in de weloverwogen belangen van gebouwbezoekers met uiteenlopende beperkingen, zoals rolstoelers, blinden en slechthorenden. De bouwtechnische eisen van het keurmerk zijn vastgelegd in de door het PBT opgestelde Integrale Toegankelijkheidsstandaard (ITs).

En dan ineens - op vrijdag 27 mei 2016 - wordt op de Support Beurs in Utrecht het logo onthuld van het Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid. Dit nieuwe keurmerk is een initiatief van de social enterprise 'Ongehinderd' en wordt – zo stelt Ongehinderd - gesteund door o.a. Tweede Kamerlid Otwin van Dijk, Wij Staan Op!, Locus Netwerk, Libra Revalidatie & Audiologie en kan inmiddels ook al rekenen op steun van de Dwarslaesie Organisatie Nederland. Ja, en dus…?

Wat betekent dit nieuwe keurmerk ten opzichte van het aloude en alom gekende ITS? Ongehinderd stelt in haar introductiebrochure dat er in ons land weliswaar een breed draagvlak bestaat voor het ITS, maar dat dit keurmerk vooral wordt toegepast bij nieuwbouw en grootscheepse renovatie van gebouwen, publieke ruimte en openbaar vervoer. Ongehinderd wil met haar nieuwe keurmerk bedrijven en instellingen bedienen die voorlopig nog niet volledig aan de ITS kunnen voldoen, maar die inmiddels wel in belangrijke mate toegankelijk zijn voor bezoekers met een beperking.

Het nieuwe keurmerk gaat tevens met de tijd mee. Het wordt als bezoeker met een mobieltje op voorhand inzicht te krijgen in gebouwen met het keurmerk of als bezoeker je ervaring met het gebouw te delen en - bijvoorbeeld - aan te geven of het gebouw inderdaad zo toegankelijk is als voorgespiegeld. Dat is met het ITS vooralsnog niet mogelijk. En toch, in die interactie schuilt ook een gevaar, immers, het oordeel over toegankelijkheid is voor een individuele bezoeker per definitie subjectief, dat wil zeggen afhankelijk van de eigen beperkingen, mogelijkheden en verwachtingen. Een keurmerk daarentegen dient een objectief oordeel te representeren. 

De vraag bij het nieuwe keurmerk is vooralsnog welke criteria worden gehanteerd, welke toegankelijkheidsprestatie kunnen de bezoekers van een gebouw met het nieuwe keurmerk verwachten? Als referentie wordt het Handboek voor Toegankelijkheid genoemd, maar welke eisen zijn in het keurmerk verwerkt en welke niet?

Navraag bij zowel Ongehinderd als Ieder(in) en PTBconsult leert dat er vooralsnog geen overleg heeft plaatsgevonden over afstemming tussen de betrokkenen en een gezamenlijke strategie. En het gebrek daaraan is vooralsnog zeer verwarrend voor zowel gebouwbezoekers met een beperking als gebouweigenaren. En zo is het vooralsnog verbazingwekkend dat dit nieuwe keurmerk zonder eenduidige prestatie-indicatie een zo pretentieuze naam gekregen heeft: Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid, alsof het de nieuwe standaard betreft. Overleg tussen de betrokkenen, één gezamenlijke visie, dat zou nu de volgende stap moeten zijn. Immers, wie zit te wachten op een ‘te kust en te keurmerk’...?!